Op het erf aan de Rheezerweg 84a te Diffelen wordt horecaonderneming ‘de Gloepe’ uitgebreid met een hotel.

Buro Stad en Land b.v. is gevraagd het bij de aanvraag benodigde ruimtelijke kwaliteitsplan te leveren.

Het ruimtelijkekwaliteitsplan bestaat uit een overzicht van het bestaande erf en het planontwerp van het nieuw te bouwen hotel in het landschap op basis van de toekomstige situatietekening van de gebouwen. Hierbij is verbeeld én verwoord waar en hoe investeringen in het landschap vorm kunnen krijgen en de ruimtelijkekwaliteit wordt gewaarborgd bij deze functieverandering.

Belangrijke uitgangspunten worden gevormd door de ruimtelijke kenmerken van het landschap zoals het contrast tussen open velden en essen en besloten erven, erven aan de weg en de beplanting uitsluitend langs de randen van de es op de hogere delen. De ontwikkelingsrichting in het gebied is benoemd als het mixlandschap; landbouw, natuur, water, recreatie en wonen komen naast elkaar voor als goede buren. Aan het huidige erf zal een nieuw bouwvolume worden toegevoegd. Aangezien er uit de inventarisatie is gebleken dat er waardevolle bomen op het erf staan, is er gekozen om het bouwplan van het hotel zo aan te passen dat deze behouden kunnen blijven. Om te voorkomen dat het hotel te ver op het voorerf komt is ervoor gekozen om geen rechthoekig bouwplan te maken. Door een verspringing te maken kunnen de bomen behouden blijven. Het nieuw te bouwen hotel moet qua vormgeving en materialisatie aansluiten op de bestaande bebouwing die voorkomt op de erven in het Vechtdal.

Bij de vormgeving en materialisatie wordt aangesloten op de van oorsprong voorkomende typische bouwvormen van de schuren in de het Vechtdal, een sporenkap met een sobere wand- en dakbekleding. Het pand zal een ingetogen verschijning vormen, passend op het erf en in de omgeving. Een architectuurstijl van bovenmatige kwaliteit, wel passend in het landschap, kan bijdragen aan de kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. (zie pagina 13)

De erven waren ingericht op basis van functionaliteit en eenvoud. Het onderscheid tussen voor en achter werkte door in de inrichting van het gehele erf. Naast de boerderij bestond het erf achter uit veestallen, de ber- ging voor werktuigen, mest en veevoer, een hooiberg, beplanting, hekwer- ken en paden. Bij de bijgebouwen waren details minder belangrijk. Aan de voorzijde van het erf lagen de moestuin, kruidentuin, een bleekveldje, de boomgaard, het bakhuis, het kippenhok en soms een waterput. De siertuin was bescheiden en meestal afgeschermd met een haag. Het bestaande erf kent veel van deze waardevolle karakteristieke elementen. Om nog beter aan te sluiten bij de oorspronkelijke verschijning van de erven zullen niet inheem- se beplantingen verwijderd worden. Tevens worden enkele zieke fruitbomen gerooid en vervangen door een hoogstamfruitboomgaard. Deze zal het erf een zekere rust en eenheid geven. Tussen de fruitbomen is er ruimte voor de gasten. Het terras onder de grote lindeboom blijft behouden en wordt deels verplaatst. Looplijnen op het erf zijn helder en efficiënt. Gasten die op het terras zitten hebben door de karakteristieke elementen echt het gevoel in het Vechtdal te zijn.