Medio 2014 rondden we het ontwerp af voor een nieuwe brug tussen twee bedrijventerreinen in Duiven. Geen specifiek programma, geen harde wensen of eisen, enkel eisen qua gebruik.

En toch wilden we weer een meer dan een bijzondere brug maken…

Wat is een brug nu eigenlijk helemaal? Moest het eigenlijk wel iets bijzonders zijn? Een brug verbindt twee gebieden, een brug overbrugt een barrière. Maar waar hoort die brug uiteindelijk bij? Bij de overkant, of de andere kant? Is zij onderdeel van de barrière, het water zelf? Hoe wordt haar verschijning dan bepaald? Gaat de brug op in haar omgeving? Of is het juist een statement? Een landmark? Een herkenningspunt? En waarmee de overgang wordt gemarkeerd tussen het ene en het andere gebied. De brug brengt je uiteindelijk vooral van A naar B.

3D visualisatie van ons ontwerp

3D visualisatie van ons ontwerp

Situatie

Tussen bedrijventerrein Centerpoort-Nooord en Innofase in Duiven, over de Wijde Wetering ligt nu een brug, of eigenlijk twee. Beperkt functioneel. Simpel in haar verschijning.

lokatie huidige brug

lokatie huidige brug

In de jaren ’90 vestigden de eerste bedrijven zich op Centerpoort. Nu is dat terrein vol. Overwegend logistieke bedrijven zorgen voor een divers beeld, grote gebouwen, veelkleurigheid, weinig esthetiek, onderling geen visuele relaties. Een gebied om te gebruiken, doorheen te gaan maar niet lang te verblijven. Veel vrachtverkeer. Te weinig groen ook, ondanks de aanzienlijke oppervlaktes die daarvoor ooit werden gereserveerd.

Bebouwing presenteert zich aan de A12 naar de snelweg. De panden hebben eenvoudige blokvormen met een plat dak of licht hellend lessenaarsdak, Het materiaalgebruik is divers; baksteen, plaatmateriaal (keramisch, metaal, beton) en grote glaspuien zijn toegepast. Rood, antraciet (zwart) en grijs overheerst in de kleurstelling.

Innofase ligt aan de overkant van de Wijde Wetering.

Innofase (voorheen Roelofshoeve) is bestemd voor bedrijven in de zware milieucategorieën. Innofase is meer een industriegebied dan bedrijventerrein. Maar dat doet geen afbreuk aan de inmiddels goed herkenbare beeldkwaliteit. Een sterke visie op de gewenste ontwikkeling spreekt specifieke ondernemers aan. Dat maakt ook dat anderen worden uitgesloten, tenzij zij willen veranderen, zich willen aanpassen. Op Innofase draait het om duurzaamheid, cradle-to-cradle, het cascademodel, kringloop en hergebruik. Eigen energie, geen verspilling, hergebruik van restproducten. Klaar voor de toekomst. Het deelgebied nabij Centerpoort wordt doorsneden met een brede groene parkzone, met een centraal plein waar vanuit het terrein wordt ontsloten.

De Wijde Wetering zorgt voor een groene buffer tussen Centerpoort en Innofase. De bebouwing van het vuilverbrandingsbedrijf is tot in de verre omtrek te zien. Overige bebouwing is veel minder zichtbaar achter de vuilverbranding of groen. De algemene uitstraling wordt bepaald door toegepast plaatmateriaal (metaal) en de staalconstructie. Kleurstelling is lichtblauw, grijs en wit. Innofase kent een beeldkwaliteitsplan (Roelofshoeve II) waarmee vooral op de architectuur van bedrijfsgebouwen wordt gestuurd. Spiegelende, glanzende en glimmende materialen en metaalachtige elementen worden niet toegestaan (?) omdat deze het gebouw teveel laten opvallen. Kleurstelling: accent paars, lila, roze, helder of donkerblauw. Lichte kleuren voor hogere delen, lichtgrijs, blauwgrijs, lichtblauw, lilagrijs, donkercreme. Aardekleuren voor gebouwen tot 8.00 m. Mangaan, paarsbruin  en donkerlilagrijs. Horizontale geleding is gewenst.

Gegeven

De huidige bruggen gaan worden vervangen, op dezelfde plaats komt de nieuwe brug terug. De brug zal worden gebruikt voor vracht-, auto- en fietsverkeer, en voetgangers. Twee richtingen autoverkeer, met een veilige strook voor voetgangers. Exclusief de leuningen zo’n 10 m breed waarvan 7.50 m autoverkeer, 2.00 m voetgangers. Het nat oppervlak wordt vergroot, de waterpartij daarmee verbreed. Ten behoeve van ecologische wensen wordt een strook grond onder de brug vrij (dus droog) gehouden (ca. 2.50 m). Het brugdek is bijna 1.00 m dik. De brug is vlak in het lengteprofiel (ongetoogd). De randligger (zicht) wordt gevormd door een prefab-element rogir-s.  Onder de brug is minimaal 1.00 m ruimte tot het wateroppervlak. Feit is dat een prefab brugelement wordt voorzien, hetgeen betekent dat een keuze moet worden gemaakt in de vormgeving en materialisatie van de landhoofden, randligger en leuningen.

De vraag=hoe

De gemeente Duiven wilde een ingetogen, slanke brug, niet opvallend, maar wel ontworpen en uniek. De brug mag/moet voor deze plek specifiek zijn, maar vooral geen catalogusbrug. De brug is geen landmark, ondergeschikt aan haar omgeving. Dit impliceerde dat nagedacht moest worden over gebruik, vorm, beleving, kleur- en materiaalgebruik.

VISIE EN ONTWERPKEUZES

KERNWOORDEN

robuust – horizontale gelaagdheid – staal en steen – industrieel – eenduidig – opgaand in omgeving – uniek – verbindend – functioneel – duurzaam – hergebruik

schetsontwerp

schetsontwerp

De brug over de Wijde Wetering krijgt een industrieel uiterlijk, passend in de beeldkwaliteit van Innofase. Niet chic, niet iel, maar robuust en sterk. Beleving (gelet op gebruikers/doelgroep) van het water is niet belangrijk. Aandacht moet er zijn voor de weg en het vervolg van de route. Een open zicht (doorzicht leuning) was in onze optiek dan ook minder gewenst, liever zagen we een min of meer gesloten leuning (tot 1.00 m). In het midden van de brug mocht de leuning meer open zijn (zicht) dan aan de zijde van de aanlandingen.

zijaanzicht

zijaanzicht

brug avondDe brug kent uiteindelijk een luxe, ontworpen uiterlijk met een degelijke uitstraling, aansluitend bij en onderdeel van haar omgeving met industrie en veel vrachtverkeer. Kenmerken uit de omgeving (de visie op de bestemming van bedrijventerreinen en Innofase in het bijzonder) mochten herkenbaar worden in de brug. Hierbij waren de thema’s duurzaamheid en hergebruik belangrijk. Materialen moeten op duurzame wijze zijn geproduceerd, moeten ook na het gebruik kunnen worden hergebruikt, in de brug moeten gerecyclede materialen worden gebruikt. De functie als verbindend object is tot uiting gebracht in de wijze waarop de zijkanten van de brug zijn vormgegeven.

Verbinding is tot uiting gebracht door meer (veel) nadruk te leggen op gelaagdheid in het horizontale vlak, dan geleding (in verticale zin).

Met andere woorden: juist de leuningliggers vallen op, zijn overdreven, de ervaring van leuningstaanders is geminimaliseerd.

Vanuit die optiek hebben we een brug gemaakt met een opvallend uiterlijk, de leuningen bestaan uit een veelheid van enkel horizontale metalen buizen, op een dusdanige wijze ten opzichte van elkaar gerangschikt dat een zekere ongeordendheid wordt ervaren, de randliggers zijn niet zichtbaar maar erdoor verborgen. De buizen verbeelden in zekere zin het industriële karakter. Daarbij versterken ze op perfecte wijze de horizontale gelaagdheid  vSoms liggen liggers dicht bij elkaar, verderop liggen ze juist verder van elkaar. Hierdoor wordt meer dynamiek ervaren. De richting en vorm van de leuning in profiel is gekromd als een flauwe boog.

De leuningen komen als het ware uit, of eindigen in hogere, massieve landhoofden. De landhoofden markeren de aanlanding van de brug en waarschuwen de gebruiker voor een afwijkende situatie. We zien relatief grote landhoofden.

Landhoofden worden van gemetseld puin, liefst verkregen uit een sloopproject in de omgeving. In het puin zal een diversiteit aan gebakken steen herkenbaar zijn. Liggers bestaan uit stalen buizen rond 48,3 mm gegalvaniseerd, verdicht aan de landhoofdzijden, meer open in het midden.

gemetseld, gerecyceld puin als landhoofden

Gemetseld, gerecyceld puin als landhoofdenPrincipe metselwerk brughoofden, gemetselde brokken puin (max. 40×40 cm, geplaatst in verschillende richtingen, gevoegd lichtgrijs met verdiepte voeg. 
 

ruimte voor muurvegetatie in de landhoofden

Ruimte voor muurvegetatie in de landhoofden. Op verschillende plekken blijven kieren (voegen) open zodat muurvegetatie zich kan ontwikkelen. Ca. 20% van de muur wordt gevoegd/gemetseld met 15% gebluste kalk, 45% scherp zand, 30% leem.